De Herkenrath Grafheuvel in de Grote Geest te Monster

Grafkelder familie Herckenrath

In de Geest te Monster staat nabij de Rijnweg, temidden van de kassen, een bakstenen gebouwtje op een zandheuvel dat gesticht is in het jaar 1847. Het betreft hier een voor onze streek uniek verschijnsel. Het is een particuliere begraafplaats, die als kelder in de geestgrond is aangelegd. Nadat de duingrond er in de jaren dertig van deze eeuw was afgegraven bleef de kelder als een verhoging in het landschap achter. De ingang ligt nu meer dan een meter boven het maaiveld en is bereikbaar via een gemetseld trapje. De ruimte is overdekt met een bakstenen gewelf. Een zwartgeverfd smeedijzeren hek, dat vroeger rond de grafkelder stond is waarschijnlijk bij de afgraving van de duinen verwijderd.
Het interieur van de kelder bestaat uit een wit betegelde ruimte met in de achterwand een nis voor een beeld. In de kelder bevinden zich veertien kisten met de stoffelijke resten van elf volwassen personen en drie kleine kinderen. Het graf was eigendom van de familie Herckenrath. De laatste bijzetting heeft plaatsgevonden in het jaar 1906.

Wijkplattegrond Wijkplattegrond (mini)
Locatie Herckenrath grafheuvel


Het eerste lid van de familie Herckenrath vestigde zich in Monster rond 1790. Zijn naam was Gerardus en hij was chirurgijn (dokter) van beroep. Gerard Herckenrath werd in 1798 benoemd tot baljuw (burgemeester) van Monster. Hij vond een passende behuizing voor zichzelf en zijn gezin op de oude buitenplaats Geerbron. Deze woning waarvan nog een gedeelte in de huidige bebouwing is terug te vinden, was gelegen aan het einde van de Herenstraat.
Tot aan het begin van deze eeuw zouden er afstammelingen van deze baljuw blijven wonen. Hij was gehuwd met Alida Milius, die hem voor zover bekend acht kinderen schonk en overleed in 1809.
Het zevende kind was Leon. Hij is de stichter van de begraafplaats. Rond zijn twintigste levensjaar vertrok hij naar Amerika, waar hij in 1823 huwde met Juliette Luise MacCormick.
Na een verblijf van ongeveer vijftien jaar in de Verenigde Staten, vertrok het gezin, dat inmiddels vijf meisjes en een jongen telde, naar Holland. Daar trokken zij in bij Alida Milius op Geerbron. Leon kocht de woning van zijn moeder en ging als gemeentesecretaris in Monster werken.

Kort na zijn terugkeer in Holland en wel in 1837 kocht Leon een stuk grond in de geest. Enkele tragische gebeurtenissen deden hem besluiten om een familiegraf te stichten op dit land even buiten de bebouwde kom van Monster, niet ver van Geerbron. In maar van dat jaar stierf de tweejarige Josefientje, een maand later volgde de vierjarige August en in december van datzelfde jaar kwam oma Alida op drieëntachtigjarige leeftijd te overlijden. Zij zijn aanvankelijk begraven in Poeldijk en hebben, na het gereedkomen van het familiegraf in 1847, als eersten een rustplaats gevonden in de grafkelder.
Leon werd in 1847 benoemd tot burgemeester van Monster, een ambt dat hij vervulde tot 1854. Nadien was hij nog zeven jaar lang actief als lid van de gemeenteraad van Monster. Voor zijn dood in 1861 liet Leon zich portretteren door een fotograaf. Dat was een nieuwigheid in zijn tijd. Hij werd bijgezet in het familiegraf, evenals zijn vrouw die hem in 1856 was voorgegaan. Van hun vijftien kinderen zijn er zes bijgezet in het familiegraf. Ook een jongere broer van de voormalige baljuw Gerrit Herckenrath is er begraven. De historie wil dat als enige buitenstaander de baker van de familie in de grafkelder rust, op wie men bijzonder gesteld was. Haar naam was Zuiderwijk.
foto dec2002 Herckenrath Grafheuvel. Het beheer en de verzorging van de grafkelder zijn jarenlang in handen geweest van de familie Van der Nol, die in de nabijheid een tuindersbedrijf had. Wanneer op gezette tijden de familie Herckenrath het graf kwam bezoeken dan haalde men bij Van der Nol de sleutel. Na een jarenlange goede verzorging is het graf daarna geleidelijk aan in een staat van verval geraakt. In de jaren zeventig van de 19e eeuw hebben de laatste afstammelingen van Leon Herckenrath afstand gedaan van hun rechten op de particuliere grafkelder ten behoeve van de gemeente Monster. Deze heeft gelukkig het historisch belang van dit monument ingezien en is enkele jaren geleden tot restauratie overgegaan.

Door een gelukkig toeval is een zeldzaam geschrift overgeleverd, waaruit men zich een goed beeld kan vormen van het huiselijke leven op Geerbron in het midden van de negentiende eeuw. Het gaat om een boekje met de titel "Herinneringen aan de laatste zomerdagen van 1851 te Geerbron". Auteur van dit werkje is de twintigjarige Gerard Leon Herckenrath, de oudste zoon van de burgemeester. Hij zette zijn herinneringen aan een idyllische vakantie in het ouderlijk huis op rijm en droeg het op aan zijn oudste zus Virginie. De reden daarvoor was dat zij ging huwen met de uit 's-Gravenzande afkomstige koopman James de Fremery. Bij haar vertrek uit het ouderlijk huis bood hij haar als afscheidsgeschenk een exemplaar aan van het boekje dat hij in Leiden had laten drukken. De volledige tekst van het gedicht is opgenomen in het in 1980 door de werkgroep Oud-Monster uitgegeven boek "Geerbron en zijn bewoners, de Geschiedenis van een Monsterse buitenplaats". Daarin zijn de resultaten vastgelegd van het onderzoek dat de werkgroep heeft uitgevoerd naar de geschiedenis van de buitenplaats Geerbron, zijn bewoners en de grafkelder van de familie Herckenrath.

Werkgroep Oud-Monster / augustus 1990.